Een vaasje met bloemetjes pronkt op onze eettafel. Lieke is druk bezig geweest op het veld voor ons huis. Daar groeien op dit moment zoveel mooie bloemetjes. Maar niet alle bloemetjes hoeven bij ons in vaasjes terecht te komen. Dat hebben we uiteraard beide aan Lieke verteld.
Toch is ze weer bloemetjes aan het plukken zie ik vanuit het raam. Helemaal klaar om haar te wijzen op het fenomeen ‘delen’ sta ik klaar bij de voordeur als ze vol trots aan komt lopen. “Voor Mees” zegt ze met stralende ogen. Tja… Wat kan ik dan nog zeggen…
Dit is natuurlijk al veel vaker gebeurd. Het begon eigenlijk altijd met eten. Dan kregen Lieke en Tigo wat lekkers mee naar huis vanaf een verjaardag en dan vroegen ze met een uitgestreken gezicht of ze ook iets voor Mees mochten meenemen. Uit liefde bedoeld, maar er zat toch altijd dat kindse eigenbelang in. Al ging dat lekkers uiteraard wel even op de kast van Mees.
Zo waren we ook ooit in een winkel en wilde Tigo heel graag een autootje. Eigenlijk wilde hij er twee. Dus één ging er mee. Maar die andere moest toch echt in de winkel achterblijven.En waarom dan niet handig gebruik maken van de situatie? Dus werd er ingespeeld op mijn mega moedergevoel en kwam er een hele redenatie waarom dat andere autootje voor Mees mee naar huis moest. En zo geschiede…
En dat is nu ook echt niet anders. Ach… de bloemetjes zijn al geplukt en het staat vast heel gezellig op Mees zijn kast. Ik zie aan Lieke haar gezicht dat ze weet dat dit gaat lukken. Wat een vaatdoek ben ik dan toch ook. Dus voor ik het weet staat er een glaasje met bloemetjes op Mees zijn kast. Een beetje zomer bij hem. Als ik terug naar de keuken loop en de bloemetjes op de eettafel zie staan moet ik toch een beetje lachen. Tot zover weer de goede voornemens.
Gauw een kus en dan zie ik Stephan de slaapkamerdeur uitsluipen. Hij gaat al vroeg naar zijn werk. Ik draai me nog een keer om. Het is nog zo vroeg en mijn wekker is nog niet gegaan. Nog even rust. Al hoor ik Tigo al kletsen en ook Lieke is volgens mij al wakker.
Dan gaat toch de wekker. Hè bah. Als ik mijn wekker uitdruk zie ik welke datum het is. Het is 28 mei vandaag. Oh… Onze trouwdag! En dan is Stephan net met die ene kus zonder een ‘gefeliciteerd met onze trouwdag’ het huis uitgeslopen.
Wat is daarop jouw antwoord? Dat was de vraag van de trouwambtenaar. En ik zie ‘Ja!’. Daar op die druilerige en regenachtige woensdag 28 meibeloofde ik trouw in goede en in slechte tijden. En ik deed dat niet alleen. Stephan deed dat ook. Niet wetende wat voor slechte tijden ons huwelijk zou gaan kennen.Vol vertrouwen en vol liefde beloofden wij dat aan elkaar! Een positieve dag ondanks alle regen die viel. Vol positieve energie gingen we verder met ons leven.
Wat ons vier jaar later zou overkomen hadden we nooit kunnen bedenken. Met elkaar, samen en toch alleen moesten we verwerken dat ons kind was overleden. Onze Mees. De slechte tijden kwamen als donderslag bij heldere hemel. Maar waren hevig.
Toen moesten we hopen dat ons huwelijk dit verlies aan zou kunnen. We hadden gehoord en gelezen dat er een grote kans was dat het overlijden van Mees het einde van ons huwelijk kon betekenen. Toch was daar ook het moment dat we hardop tegen elkaar uitspraken dat dit bij ons niet zou gebeuren.
Maar dat ging niet vanzelf. Rouwen deden we beide anders. En toen raakten we elkaar toch een beetje kwijt.Dat was moeilijk om te ervaren. Maar het was ook dat we elkaar weer vonden. Dat het ons lukte om te praten en om te accepteren dat we allebei een andere weg bewandelden.
En nu acht jaar later zijn we twaalf jaar getrouwd en zijn we nog samen. De tijd rondom de geboorte en het overlijden van Mees was een slechte tijd, maar heeft ook veel goeds gebracht. Onze blik op het leven, de manier waarop we als gezin ons leven leven! Zoveel om trots naar te kijken!
Ons huwelijk heeft veel moeten doorstaan en moet ook op dit moment weer van alles doorstaan. Het is werken! Maar we zijn er voor elkaar in goede en in slechte tijden. Dat hebben we al bewezen en dat hopen we nog heel lang aan elkaar te laten zien zoals we dat hebben beloofd!
Als mijn telefoon afgaat tijdens het ontbijt zie ik dat het Stephan is. ‘Gefeliciteerd met onze trouwdag’ 😘. Meer is op deze dag eigenlijk niet nodig!
Het is zover. Hier hebben we met elkaar zo lang op gewacht. Maar vooral Tigo! Met het vrijlaten van de vissen wordt Tigo bij deze vader, of papa. Terwijl ik dat zeg, krijg ik een blik van hem waaruit blijkt dat hij hier niet echt op zit te wachten. Is grote broer dan een betere benaming? Dat wil hij zo graag zijn!
Niet lang geleden stond Tigo voor me. Met zo’n blik die alleen hij kan hebben. Zo wijs. Hij sprak een duidelijke wens uit. Hij wilde ook heel graag een grote broer zijn. Dat kan natuurlijk maar op één manier. En dat gaat niet meer gebeuren. Tenminste niet dat ik weet. Treurig liep hij weg. Mopperend dat hij nooit grote broer zal worden.
Voor mij een gek idee dat die wens er voor hem zo is. Ik voelde me eigenlijk wel bezwaard op de één of andere manier. Stiekem wilde ik namelijk altijd graag drie kinderen. Daar maakte ik ook nooit een geheim van. Het leek me zo leuk en zo gezellig in huis. Drie kids die dan zo gek op elkaar zouden zijn. Ons huis kon het makkelijk aan! Wij zouden dit kunnen!
En toch zou het bij de drie blijven die het nu zijn. Na de zwangerschap van Tigo was het al snel duidelijk. Nog een kind zou super welkom zijn als het ons gegund zou zijn, maar zwanger zijn en bevallen was iets wat ik niet meer zou kunnen. Dat was te spannend en eng geweest… Al noemde ik Tigo altijd de kleine grote broer van Mees en Mees de grote kleine broer van Tigo. Allemaal waar en toch ook niet.
Maar daar op dat moment met Tigo besefte ik ook wat het voor hem betekende. Hij wilde graag grote broer zijn…
Dus bij deze is Tigo de grote broer van deze drie schattige vissen. Ik zie een wenkbrauw omhoog gaan. Ik word duidelijk voor gek verklaard. Ik denk dat ook deze opmerking niet helpend is. Ik besluit mijn mond maar te houden. We kijken met elkaar naar de vissen. Welkom bij ons thuis! Welkom bij Tigo, jullie grote broer of vader of iets…
Daar sta ik dan. Stoffer en blik in mijn hand en de stofzuiger ligt achter me op de grond. ‘Fijne Moederdag’ denk ik bij mezelf. Ik sta voor de kast van Mees. Er ligt zand op de grond. Er ligt zand op de kast. Er ligt veel zand. Zand uit de vaas waar de tak met vlinders in staat. Ergens vraag ik me af hoe dit heeft kunnen gebeuren. Hoezo ligt hier nu overal zand? En hoezo ben ik degene die het op moet ruimen?
De tak is door mijn schoonmoeder samen met Lieke gemaakt in de week dat we de beslissing maakte dat we Mees te vroeg geboren zouden laten worden. Tijdens een moment in een winkeltje voor overleden kinderen zagen we een tak met witte vlinders tussen de spullen staan. Stephan en ik vonden dit zo mooi dat we de vlinders kochten en wel een manier zouden vinden om ook zo’n mooie tak te maken voor Mees.
Eenmaal thuis viel ons oog op de boom die op de erfgrens tussen ons en de buren staat. Stephan zaagde er een tak uit. We hadden nog een mooie vaas met vintage look en we hadden zand van de hagedis van school. Het plan kon gaan lukken.
Terwijl wij in het ziekenhuis waren maakten mijn schoonmoeder en Lieke de vlinders met een lijmpistool vast aan de tak. Een tak die niet meer uit ons huis zou verdwijnen. Een tak die gedurende de jaren volgehangen werd met allerlei cadeautjes aan Mees. Afgelopen kerst kwamen er nog twee grote kerststerren in die door Lieke en Tigo waren uitgezocht als kerstcadeau aan Mees. Een belangrijke waarde op Mees zijn kast.
En die waarde is dus vanochtend omgegaan blijkbaar bij het verstoppen van de moederdagcadeautjes. Maar om dit nou zo te laten liggen voelt ook niet fijn. Iets in mij wil dat deze kast er altijd opgeruimd en netjes uitziet. Dus als moeder van dit lieve jongetje zal ik dit opruimen. En zoals Stephan altijd zegt: “Het is geen partnerdag” Dus begin ik met het grove werk met de stoffer en blik.
Rustig aan de studie zit ik op de bank. Bijwerken van mijn onderzoek. Naast me zit Lieke. Ze kan niet slapen. Dat is op het moment vaker. De dagen zijn pittig en als het stil is in bed dan komt alles op haar af. Dus is ze even bij me hier op de bank. We kijken en luisteren naar de Passion Hemelvaart. Maria, de moeder van Jezus begint te zingen. Ik merk dat ik luister en stop met schrijven. Ik kijk en luister. Diepe geraaktheid volgt. “Ooit zal ik je zien, je zien, je zien.” Zo mooi gezongen. Precies zoals ik het zie en zoals ik het altijd zeg. Precies.
Als mij werd gevraagd wat ik geloof dat zei en zeg ik altijd dat ik geloof dat je overledenen terugziet als je overlijdt. Dat voelde altijd als een soort hoop. Het maakte het missen ook dragelijker. Wetende dat je iemand weer terug gaat zien.Wetende dat ik Mees ooit weer terug zal zien.
Mijn oma’s zijn al een tijd overleden. Ik vertrouwde Mees toe dat zijn overgrootoma’s hem op zouden wachten en hem een rondleiding zouden geven daarboven. Het gevoel dat Mees niet alleen boven zou zijn was een fijn gevoel. Dat hij vanaf boven ons zou zien, beschermen en begeleiden. En ooit zou Mees mij een rondleiding mogen geven van hoe het er boven uitziet. Het idee om Mees terug te mogen zien, over een hopelijk nog heel lange tijd, maakte ook dat ergens de dood niet meer voor angst zorgde.
En hier hoor ik eigenlijk precies een lied wat omschrijft wat ik al jaren zeg en voel. Eerlijk gezegd had ik dit lied nog niet eerder op deze manier gehoord.
Alles wat ik aan het doen was rondom de studie heb ik laten vallen en ik luister alleen nog. Als het lied is afgelopen kan ik alleen maar: “Prachtig” heel zachtjes zeggen. Bizar hoe een lied zo passend kan zijn. Ik kijk even een ogenblik alleen maar naar het scherm terwijl ik dat zeg. Wow. Treffend. Zo precies. Dan zegt Lieke: “Dat was een mooi lied”. Ik knik en dan gaat alles op de televisie ook weer door. Dus kijk ik ook weer naar de studiespullen die op mijn schoot liggen. Wat was ik daarmee aan het doen? Het is echt even terugschakelen. Wat een indruk maakte dat lied!
Vandaag is het Moederdag. Meestal een fijne dag. Al heeft de dag altijd een momentje waarop ik Mees mis. Of is er even dat moment waarop ik stil sta bij dat andere gevoel van Moederdag. Moeders die hun kind of kinderen moeten missen, moeders die alleen in hun hart moeder mogen zijn, moeders die zo enorm wensen ooit moeder te mogen worden, kinderen die hun moeder moeten missen of andere vormen die op moederdag juist verdriet en gemis naar boven brengen. Moederdag hoort fijn te zijn, maar dat is gewoon niet altijd zo.
Anders dan anders was er tegenzin die ik afgelopen week voelde tegen Moederdag. Ik had er even geen zin in.
Al een aantal weken voelde alles anders. Ik schreef mooie momentjes over drukte over stress en over vergeten. Over dat ik anders van mezelf gewend was.
Er was één week dat ik me meer mezelfvoelde. De week in zeeland. Een week waarin de wereld even heel ver weg leek. Een week waarin iedereen van ons gezin de rust vond die even nodig was. Er was tijd voor iedereen. Iedereen nam ook zijn of haar eigen tijd. Paardrijden, naar de bioscoop, naar het chocolade museum, met de voetjes in het zand, een boek lezen, fietsen, nacho’s bestellen en spelen. Het was zo fijn. Geen druk van buitenaf. Alleen wij. Met ook onze uitdagingen. Laat het duidelijk zijn dat deze er in die week ook echt wel waren. Maar het was zo fijn.
Afgelopen week waren we weer thuis. Zo snel zaten we en ik dus ook weer in dat patroon van stress en drukte. Getver. En daar kwam Moederdag ook een soort van bij. Iets wat moet, iets wat altijd zo’n extra randje heeft. Sla maar over… dacht ik.
Maar dat kan niet. Vandaag is het Moederdag. Patronen doorbreken kan helpend zijn om uit een bepaalde spiraal te komen. Dus dat ga ik doen. Als cadeautje wil ik in mijn mooie momentjes mijn gezin bij naam noemen. Te beginnen bij het voorstellen. Al sinds 2002 ben ik samen met mijn wederhelft, Stephan. Samen delen we van jongs af aan lief en leed. Als soulmates. Zo vertrouwd. Samen in de wereld.
Vandaag is het Moederdag en van deze drie fantastische kinderen mag ik moeder zijn. Als eerste Mees. Een lieve jongen die mijn leven een dimensie heeft gegeven die niet voor te stellen is. Een leven met verdriet, maar ook met meer diepgang en betekenis. Hij is degene waardoor ik deze site met mooie momentjes ben begonnen. Door hem en met hem is ons leven anders. Dat is wat al deze mooie (en misschien soms ook wat minder mooie) momentjes mogen laten zien. Een leven met ons sterretje als onderdeel van ons gezin.
Maar hij is niet alleen mijn zoon. Hij heeft ook een zus. Lieke, mijn oudste dochter. Een prachtige meid die moeite moet doen om de wereld om haar heen te begrijpen. Toch lukt haar dit door haar omgang met dieren. Ze rijdt paard en dat doet ze vol overtuiging. Zij laat zien waar grenzen liggen en zij zorgt ervoor dat we keuzes maken voor ons gezin.
Mees heeft ook een klein broertje. Tigo is mijn jongste zoon, een regenboogkind. En hij is een jongetje die licht brengt. Hij is wijs en vooral heel grappig. Hij laat ons zien hoe je met lichtheid naar de wereld kunt kijken. Een rustig ventje die geniet van leren en lezen. Maar ook een ventje die moet opboksen tegen een grote zus en een grote broer heeft die hij nooit heeft gekend. Had ik al gezegd dat ieder zijn of haar eigen uitdagingen heeft?
Op Moederdag laten zij met zijn drieën, Lieke, Mees en Tigo, vol liefde zien dat ik hun moeder mag zijn. Ze laten me even voelen dat moeder zijn naast alle uitdagingen vooral heel mooi en liefdevol is. Allereerst Lieke die na een dikke knuffel graag haar telefoon ontgrendeld ziet worden en daarna komt Tigo gezellig in bed liggen om vervolgens zijn steenkoude voeten tegen me aan te drukken. Maar samen met Stephan zorgen ze voor een gezellig ontbijt en lieve knutsels. Alles bij elkaar is Moederdag.
Vandaag, op deze Moederdag, doen we en doe ik het anders. Dat voelt goed. Misschien is dat ook wel wat even nodig was. Noem het maar bij de naam. En dat is precies wat dit mooie momentje is. Dit zijn wij!
Stephan, Diane, Lieke, Mees en Tigo. Een prachtig gezin!
Mijn wederhelft staat nooit bij sieraden te kijken. Toch zie ik hem dat nu wel doen. We zijn in een sieradenwinkeltje in een kustplaatsje. Op vakantie. Ik zie hem bij armbanden kijken. Ook zie ik ons kleinste ventje van alles bekijken en hoor ik ons meisje aan de andere kant van de muur opnoemen welke oorbellen ze allemaal gaat kopen.
Ik kijk. Ik observeer. Mijn blik gaat vooral naar ons kleinste ventje. Hij is de enige uit ons gezin die nog geen sieraad heeft in de nagedachtenis aan Mees. Zo hier in Zeeland voel ik me ineens een loedermoeder.
De urn van Mees hebben we laten maken door een pottenbakster en een glasblaaster uit de buurt. In hun creatieve familie bleek ook een sieradenmaakster te zitten. Dus nadat we de urn hadden geregeld gingen we voor mooie sieraden naar haar toe. Ze ontwierp een ring voor mij, een ring voor mijn wederhelft en een ketting voor ons meisje.Ons kleinste ventje was nog in geen velden of wegen te bekennen. Al hoopte ik ergens wel dat we ooit ook voor een ander kind nog een sieraad zouden mogen ontwerpen.
De drie sieraden kregen allemaal een link met Mees. Mijn wederhelft kreeg de afdrukken van Mees zijn handjes in de ring, in mijn ring kwamen de voetafdrukken terug en die werden ook in de ketting van ons meisje gezet. Een mooie set bij elkaar.
Heel even twijfelden we of er iets van as in de sieraden moest komen, maar om zoveel mogelijk Mees bij elkaar te houden deden we dat niet. Het bleef bij de afdrukken van zijn handjes en voetjes. Maar oh wat was ik trots op het eindresultaat. Iets van Mees voor ons allemaal.
Op een gegeven moment kwam toch ons kleinste ventje in beeld. Voor hem reserveerden we geld zodat ook hij later een sieraad zou kunnen krijgen.Tips voor een sieraad waren om een armband van leer te kopen en daar iets omheen te laten maken. Of toch ook een ketting. We zouden nog wel zien…
Voor me staat een jongetje van zes jaar. Ik besef me dat er voor hem nog steeds niks is. Ons meisje had met twee jaar al een ketting met Mees zijn voetjes en dit jongetje is gewoon al zes. Ergens schaam ik me en ergens is het ook verrekt te lastig om een sieraad voor een jongen te bedenken voor nu en voor later.
Rustig probeer ik eens te vragen wat hij mooi vindt. Er komt niet veel uit. Al staat hij even later met een ketting met een mooie ster bij me. Zo’n ster met vijf armen die we ook altijd als symbool voor Mees gebruiken.
Mijn wederhelft maakt een foto van een armband van nep leer om naar de sieradenmaakster te sturen. Ik neem mezelf voor dat ik contact ga leggen. Eens kijken of we ook voor dit kleine ventje een mooi sieraad kunnen ontwerpen.
Een te drukke week… En dan moet deze ochtend alles de caravan in en gaan we op vakantie. Gisteravond ben ik eigenlijk pas begonnen met inpakken. Wat hebben we nu eenmaal nodig vroeg ik mezelf nog af. Maar dat is toch altijd meer dan ik zelf dacht. Vanochtend moet eigenlijk het meeste nog gebeuren. Het lijkt een beetje op de afgelopen week. De lijst is zo groot dat er eigenlijk helemaal niks uit mijn handen komt. Alles wat mee moet zetten we in de speelhoek. De plek bij Mees. Ik zie zijn foto en loop door. Ineens zet ik een stap terug. Ik pak de foto en leg hem op de spullen die meemoeten. Als ik het nu niet doe dan vergeet ik deze foto.
Sinds dat we op vakantie gingen na Mees zijn geboorte en overlijden ging deze foto al met ons mee. Al was het eerst een foto van alleen zijn voetjes. Vooral omdat ik anderen niet wilde confronteren met onze zoon die er toch anders uitzag dan een baby zoals we die allemaal kenden. Pas jaren later veranderde ik de foto van de voetjes voor een foto waar je onze gehele Mees kunt zien. Ik was er klaar mee dat ik voor een ander dacht. Ik was er klaar mee dat anderen Mees eng konden vinden. Dan keken ze maar niet. Ik wilde Mees vooral wel zien. Ook als we op vakantie gingen. Dan ging Mees mee en niet alleen zijn voetjes, maar Mees in zijn geheel.
Iedere vakantie weer ging de foto mee. In de rugzak als we gingen vliegen, in het dashboardkastje van de auto of in de rugzak met lunch. En waar we ook waren Mees kreeg een plekje.Compleet met nepkaarsje. We waren er met zijn allen.
Maar nu dus bijna vergeten. Voel me toch schuldig. Ik weet namelijk heel goed wat het allerbelangrijkste is! Thuis en mijn gezin. Te druk of niet. Ik raak even de urn van Mees aan en mompel een soort ‘sorry’. De foto ligt op de rugzak.
Het komt nu goed. En weer door met bedenken wat er allemaal nog mee moet.
Nou het is gewoon niet mijn dag en blijkbaar ook niet mijn week. Level 3.8 kent een bizarre start. Alsof ik ineens op een andere planeet sta.
Op werk zijn de lijstjes zolang dat ik niet meer weet waar ik moet beginnen. Dus doe ik ook niks. En dat werkt dus niet. Thuis is het druk en soms even niet te doen. En als toppunt ben ik echt net ook nog van achteren met de auto aangereden. Ik stond gewoon netjes stil… Te wachten voor het stoplicht… Zo fijn als een ander dan in gedachten verzonken zit… Zijn woorden. Het past helemaal bij de dag, de week en blijkbaar bij de start van level 3.8.
Dit soort momenten zijn er uiteraard vaker. Het is het leven. Alsof er momenten zijn die blijkbaar allemaal achter elkaar komen en ik ze even niet meer kan overzien. Leuk is anders.
Zo was het ook met alles rondom Mees. Het leek iedere keer niet erger te kunnen en dat werd het dan toch… Alsof je in een slechte film zit en het straks iemand roept: ‘Grapje!’. Dat was toen niet. Alles ging door en ik moest er dwars doorheen.
In de tijd na Mees zijn geboorte en overlijden sprak ik iets met mezelf af. Of eigenlijk meerdere dingen. Bang zijn voor de dood hoeft niet meer. En de ander is, dit is het ergste wat een mens, een ouder, een moeder kan overkomen. Alles wat er nog gebeurt is weg te relativeren. Niets kon erger zijn dan alles wat er rondom dat lieve mannetje was gebeurd.
Dit deed ik dus bij iedere verkoudheid en bij iedere tegenslag. Zo was daar die periode op mijn werk. Niet leuk en zeker niet de bedoeling, maar ik had ergere dingen meegemaakt. Al voelde dat bij vlagen niet als helpend of werkend. Toch leek de wereld er anders door.
Dus terwijl ik deze meneer wel zou kunnen wurgen denk ik aan bovenstaande terug. Ookal is het niet mijn dag, niet mijn week of een slechte start van level 3.8, het kan altijd erger. Er is hier niemand gewond geraakt en de schade aan de auto wordt echt wel geregeld met de verzekering. Oké, ergens helpt het toch misschien wel dat relativeren. Al hoop ik stiekem dat het voorlopig weer even klaar is.
Wakker worden en weten dat er vandaag een feestje is… Voor mij! Dan is het toch haasten. De hoppa nieuwe jumpsuit aan en naar beneden. Ontbijten met mijn gezin en opa en oma ver weg. En dan weer door. Kopjes op het aanrecht, thee en koffie zetten. Dan toch even stofzuigen. Bij Mees stop ik even. Dat kaarsje… Dat staat echt minder aan. En dan eigenlijk nog minder dan dat. Maar vandaag kan dat niet. Het is mijn verjaardag dus daar hoort Mees bij. Ik steek zijn kaarsje aan en ruim de stofzuiger op.
Dat het kaarsje van Mees minder aan stond was me al eerder opgevallen. Wat een contrast met hoe het aansteken van dat kaarsje ooit begon. Als het kaarsje dreigde uit te gaan stond ik al klaar met het volgende kaarsje. Ook ons meisje wisselde met regelmaat, maar tegen de regels, het kaarsje als ze zag dat het uit was gegaan.
Met de tijd werd de drang voor mij minder, maar was het vooral fijn dat het kaarsje aanstond.
De afgelopen weken of misschien wel maanden waren er dagen dat het kaarsje überhaupt niet aan was geweest. Soms voelde dat pijnlijk. Dan ging ik naar bed en hoefde ik het kaarsje niet uit te blazen. Dat voelde dat niet goed. Schuldgevoel kwam naar boven met het voornemen om het beter te doen. Maar er waren ook dagen dat ik niet eens had gemerkt dat het kaarsje niet aan was geweest. Na een paar dagen zag ik ineens dat kaarsje en besefte ik me dat precies dat kaarsje al een aantal dagen onaangeroerd daar stond. Met nog meer schuldgevoel en nog meer voornemens tot gevolg.
Vandaag gaat dat niet gebeuren. Vandaag staat het kaarsje aan en is Mees er bij. Straks ook nog de jaarlijkse verjaardagsfoto met mijn kids maken. Met Mees dus ook! Dat is echt iets wat jaarlijks moet gebeuren! Dat zal niet veranderen. Vol liefde kan mijn verjaardag beginnen. Al moet ik geloof ik nog wel wat dingen klaarzetten.