Andere blik

Dit jaar kijk ik vanuit een heel andere blik naar het Paasverhaal. Er gebeurt van alles om me heen waardoor ik nu naar The Passion kijk en de hoofdpersonen vervang door andere mensrn. Gekke gedachte. Het zorgt wel voor een heel andere beleving merk ik. Alsof het dit jaar niet zo dichtbij komt.


Alle jaren sinds Mees is geboren en overleden verplaatste ik me vooral in Maria. De moeder die haar kind verliest. Ik zie mezelf in haar… Het verdriet, de pijn en de liefde. Het was altijd zo herkenbaar.

Alle liedjes die zij in The Passion gezongen had legde ik over ons gezin heen. De liedjes waren herkenbaar en troostend. Zo werd ooit een vertaling gemaakt van Fix you, dat werd ‘Heel jou’ genoemd. Een prachtig lied over verlies, verdriet en heling.

Maar ook het duet ‘Schaduw’ tussen Jezus en Maria maakte diepe indruk. Het bloed dat door onze beide aderen stroomt en een hart dat in hetzelfde ritme slaat. Allemaal figuurlijk… maar wel zoals het voor mij ook voelt.

Het was altijd fijn om te herkennen. Toen Maria vorig jaar het lied ‘Waterdicht’ zong wist ik dat het goed was. Ook ik kon niet altijd maar de sterkste zijn.


Ik voel wel enorm het moment als ‘Samenzijn’ gezongen wordt door Maria en ook bij ‘Niets anders telt meer’ word ik geraakt. Heel even komt toch dat moment en Mees naar voren.

Maar ik merk dat het lied tussen Jezus, Judas en Petrus me naar de keel grijpt. Wow. Gek om anders te kijken, wel verfrissend en dit jaar voelt dit Paasfestijn op televisie hierdoor minder verdrietig. Ergens dus ook wel rustig om eens met een andere blik te kijken. Misschien komt het daardoor juist wel dichterbij… Of dat komt nog later.

Sportfamilie

Rustig drentel ik nog een beetje door een half lege sportzaal. Ons meisje staat zich op de crosstrainer uit te leven en hobbelt nog even langs een aantal sportapparaten. Ik kijk ernaar. Het is gek dat de sportschool sluit. Deze sportschool was mijn redding meer dan zeven jaar geleden toen Mees werd geboren en overleed.


Ongeveer zes weken na de geboorte en het overlijden van Mees stond er een vriendin voor de deur. Ik moest mijn sportkleding aandoen, een flesje water pakken en een handdoek meenemen. We gingen sporten. Echt zin had ik er niet in. Thuis blijven voelde veilig. Mijn omgeving, geen mensen en geen vragen.

Toch ging ik mee. De sportschool was klein en heel anders dan ik gewend was. Geen willekeurige sportapparaten die ik zelf moest instellen, maar een circuit die ik op volgorde af moest werken. Er was afwisseling tussen een plankje of een step en een hydraulisch sportapparaat. De sportschoolhoudster gaf me een hand en vroeg of ze ergens rekening mee houden. Dus mompelend vertelde ik dat ik net bevallen was. Toen de sportschoolhoudster me feliciteerde greep mijn vriendin in. Een valse start… Ze kon het niet weten. Wat te doen? Weggaan? Ik raapte mezelf bij elkaar. Deze proefles maakte ik af. En eigenlijk ging het best goed. Het was rustig het circuit volgen en luisteren naar de piepjes voor de wissel. Dit kon ik. Dus in de weken erna ging ik vaker met mijn vriendin mee.

Op een gegeven moment ging ik ook alleen. Dat lukte. Dan sportte ik door het circuit te volgen en ging ik naar huis. Of bleef ik hangen. Soms vrolijk en soms niet. Het mocht er allemaal zijn.

De sportschool voelde als een thuis. Ik leerde de sportschoolhoudster en de andere sportsters steeds beter kennen en zij leerden mij en mijn gezin kennen. Af en toe ging ons meisje en later ook ons kleinste ventje mee. Het voelde als een sportfamilie waar ik helemaal bij hoorde. Nooit ging ik met tegenzin! Een dagje overslaan dat deed ik niet!


Na meer dan zeven jaar met plezier sporten gaat deze sportschool, mijn sportschool, dicht. De sportfamilie valt uit elkaar en iedereen zoekt een nieuw plekje. Een gek gevoel. Ik neem afscheid met een bijzonder gevoel. Een beetje met verdriet, maar ook met een gevoel dat dit een bijzondere plek is geweest. Een plek die me toch uit mijn huis haalde meer dan zeven jaar geleden. Een plek die me heeft geholpen om mijn leven weer te gaan leven.

Dankbaar voor alles wat deze sportschool me heeft gebracht geef ik de sportschoolhoudster nog een knuffel. Met ons meisje loop ik de trap af. Kijk nog een keer omhoog. Dan loop ik de schuifdeur door naar buiten.

Verdriet zonder tranen

Een meisje zit tegenover me. Het gaat een stuk beter met haar dan een maand geleden en de periode ervoor. Ze praat over haar verdriet alsof het alweer heel lang geleden is. Ze lijkt opgelucht. Ik vraag haar of het erg is als ze nog verdrietig zou zijn.


Jaarlijks ben ik nog verdrietig om Mees. Rond zijn jaardag is het altijd wat meer dan anders. Al die momenten die in herinneringen voorbij kwamen zorgden voor verdriet. Al was het afgelopen jaar dit vooral verdriet zonder tranen. Ik wist niet dat dit ook kon. Maar verdriet was er zeker wel.

De jaren hiervoor kwamen de tranen makkelijker. Vond ik dat erg? Nee, helemaal niet eigenlijk. Het luchtte juist op. En dat gevoel had ik afgelopen jaar dus minder.

Verdriet zonder tranen was er al veel vaker. Laatst eigenlijk nog. Ons kleinste ventje was bezig met zijn zwemles en het ging niet. Ik zag zijn tranen en voelde diep van binnen verdriet. Maar geen tranen. Het was verdriet om ons kleinste ventje, maar eigenlijk ook omdat ik nadacht over hoe zwemles voor Mees zou zijn geweest. Verdriet zonder tranen…


Het meisje geeft antwoord dat verdrietig zijn echt wel mag. Dat ze dit ook wel is, maar eigenlijk zonder tranen. Meer een gevoel van gemis is hoe ze dit omschrijft. Kinderen zijn zo wijs.

Ze vraagt naar mij en ik vertel haar hoe dat bij mij gaat. Ze vertelt ook over haar vader die jaarlijks ook nog verdrietig was om het verlies van zijn vader toen hij nog jong was. Dat dit nog jaren zo is en mag zijn. Ze weet het allemaal heel goed. Maar voor haar is er nu dus verdriet zonder tranen. Iets wat haar dus oplucht. Ergens snap ik dit ook wel. Wat kan ze dit toch goed vertellen. Wat heerlijk om met deze doelgroep te mogen werken.

Streng voor mezelf

Opletten is wat ik enorm aan het doen ben. Ik focus me op wat mijn coaches zeggen en op de vragen die ze stellen. Begrijp ik goed wat ze zeggen? En dan vragen ze door naar een ervaring van een aantal jaar geleden. Ik vertel en praat en als ik dan over de zwangerschap van ons kleinste ventje vertel begin ik over mijn tweede kind. Ik hoor het mezelf zeggen…

Maar tijdens het gesprek hoorde ik het niet. Het is nu tijdens het terugluisteren van dit gesprek dat ik het mezelf hoor zeggen. Ik luister de opname terug voor mijn reflectieverslag.


Het is echt heel lang geleden dat ik deze verspreking voor het laatst maakte. Echt heel lang. Het leek altijd zo geautomatiseerd. Ik vertelde iedere keer opnieuw en altijd dat ik drie kinderen heb. Een dochter, een overleden zoon en nog een zoon.

In de jaren net na de geboorte en het overlijden van Mees was ik me hier heel bewust van. Ik maakte geen verspreking. En als een ander hem maakte was ik altijd een soort passief agressief. Ik kon dat helemaal niet waarderen.

Af en toe maakte ik de keuze om niets te zeggen en dan noemde ik alleen dat ik drie kinderen heb. Dan hoopte ik dat er niet doorgevraagd zou worden. Dan kwam ik ermee weg. En ja het gebeurde ook wel eens dat ik in eerste instantie zei dat ik twee kinderen heb. Maar meestal had ik dat door en corrigeerde ik mezelf. Om mezelf dat daarna wel enorm kwalijk te nemen. Dat ik dat kon laten gebeuren en dat ik zo enorm niet alert was vond ik kwalijk. Ik was heel streng voor mezelf.


Maar kennelijk is me dat tijdens dit assessment helemaal niet opgevallen. Ik zei dat ons kleinste ventje mijn tweede kind was en ik corrigeerde mezelf niet eens. Bizar, want nu hoor ik het heel erg goed.

Zo gefocust was ik blijkbaar op het assessment. En toch… ergens neem ik het mezelf kwalijk. Als een soort verrader. Alsof ik Mees daar verraad. Als ik het gesprek niet had teruggeluisterd had ik het heel niet doorgehad dat het was gebeurd. Nu weet ik het…

Dat doet toch een beetje pijn. Al kan ik er niets meer aan doen. Het is al gebeurd. Maar toch loop ik even naar Mees zijn kast en fluister daar even heel zachtjes: “Sorry!”

Dan loop ik terug en ga ik door met luisteren naar het gesprek. Het zal toch moeten voor dat verslag. Met een beetje een misselijk gevoel ga ik toch maar door. Tja… hierin blijf ik toch streng voor mezelf.

Ieder zijn of haar eigen uitdagingen

Deze week zijn er voor ons meisje een heleboel uitdagingen. Een nieuwe plek om te verkennen en de afwezigheid van haar meester op school. De errors schieten ons om onze oren. Het is veel. Dat zien we. We hebben allemaal deze week onze uitdagingen. Ons kleinste ventje heeft last van zijn buik, mijn wederhelft gaat volgende week met zijn nieuwe baan beginnen en ik had mijn assessment van mijn studie. Uitdagingen genoeg dus in deze week. Dat doet me denken aan welke uitdagingen Mees zou hebben gehad als…


Dat Mees nu niet de jongen van zeven jaar is komt door de keuzes die wij voor hem hebben gemaakt. Dat voelt nog steeds gek.

Meer dan zeven haar geleden gebruikten we het internet om te kijken wat bepaalde afwijkingen voor uitdagingen zouden kunnen zorgen in het leven van Mees. We wisten toen ook dat het speculeren zou zijn. We konden toen niet precies weten wat er zou gaan gebeuren en welke uitwerking bepaalde afwijkingen zouden hebben.

De afwezige of half aanwezige hersenbalk werd in onze zoektocht het meest belangrijk. Welke uitdagingen zou die voor Mees (al was het toen nog Harry) gaan brengen? Wat zouden die uitdagingen gaan vragen van ons meisje en van ons? Zou dat mogelijk zijn? Zou het leefbaar zijn? Zou het menswaardig zijn?

De laatste vraag werd de vraag die we niet met zekerheid konden beantwoorden. Eén vraag die voor ons zo belangrijk was. Een leven mag uitdagingen kennen, maar moet wel menswaardig zijn. In ons onderzoek werd het scenario van een niet menswaardig bestaan steeds meer zichtbaar. Bizar eigenlijk.


Afgelopen week kende zijn uitdagingen voor ons allemaal. Als ik kijk naar ons meisje dan zie ik haar uitdagingen. Tijd voor een knuffel. Ze doet het zo goed. Met elkaar kunnen we dit aan. Ook gek om dit zo op te schrijven. Al zie ik dat ons kleinste ventje zijn grootste uitdaging nog niet heeft gehad. Inmiddels kiest hij voor crackers en niet voor de pannenkoeken. Dat kan nog wel eens onze volgende uitdaging worden.

Druk

Het is druk geweest de afgelopen weken. Druk met de verbouwing thuis. Druk met de kinderen. Druk met mijn werk. Druk met mijn studie. Druk. Het kettinkje was nog kwijt… Het was even wat veel allemaal. Zo in de trein naar huis van de studie besef ik me dit even allemaal. Het is tijd om misschien even rust te vinden, maar dat lukt nog even niet.


De momenten dat er even rust was waren de momenten net voor het slapen gaan. De afgelopen maanden, eigenlijk vanaf december, ben ik weer boeken gaan lezen. En dan niet de boeken voor de studie, maar boeken om bij weg te dromen.

Iedere avond las ik een aantal hoofdstukken. Soms hield ik het niet vol en viel ik ondertussen in slaap. Daar kwam ik dan eigenlijk pas de avond erna achter als ik niet meer begreep waar het in mijn boek over ging. Maar het was zo fijn om even de rust te vinden en weg te dromen in een boek. Heerlijk zo net voor het slapen gaan.


Zo denken in de trein verheug ik me alweer op dat momentje in mijn boek vanavond. Een fantasiewereld. Even ontsnappen uit deze wereld. Een wereld vol drukte. Echte drukte… Terwijl ik dit schrijf bedenk ik me dat ik de afgelopen tijd Mees zijn kaarsje weinig aan heb gedaan. Zelfs daar had ik het te druk voor… Bizar! En de drukte gaat nog even verder. Dus hier zo in de trein neem ik me voor om wel echt de tijd voor mijn gezin en Mees te zoeken. En af en toe rust te vinden in een heerlijk boek.

Merci

Gek dat ik toch een beetje zenuwachtig ben. Er is geen twijfel, maar ergens voel ik me toch een beetje dom. Suf dat ik niet zuinig ben geweest op mijn kettinkje en dat ik hem ben kwijtgeraakt. Ik ben naar de andere locatie gefietst en leg mijn rugtas en jas bij een pilaar neer. Vandaag komt mijn kettinkje terug. Dat is een bizar gevoel. Ik haal een kleinigheidje uit mijn rugtas.


Gisteren bedacht ik me dat het misschien wel een goed idee zou zijn om iets mee te nemen voor de eerlijke vinder. Een meisje was zo eerlijk geweest om het kettinkje aan haar meester te geven. Ze had hem ook mee naar huis kunnen nemen, weg kunnen geven of weg kunnen gooien. Toch deed ze dat niet. Ze bracht het gevonden kettinkje naar haar meester. En gisteren bedacht ik me dat een kleinigheidje passend zou zijn.

Maar wat dan? Geld vond ik gek dus het moest iets eetbaars worden met misschien een kaartje. Al associërend kwam ik op de chocolaatjes van Merci. Dat voelde als een mooi gebaar. Iets wat zou passen bij het mooie gebaar wat dit meisje maakte door eerlijk te zijn. Zoveel liefde… Dus deze chocolaatjes moesten het worden.


Dus uit mijn rugtas haal ik een zakje met merci chocolaatjes. Merci, want ik wil dit meisje heel graag bedanken. Ik loop naar de klas en mijn collega staat al te wachten.

We lopen naar de kast en uit een zorgvuldig opgeborgen bakje komt mijn kettinkje tevoorschijn. Ik laat de ketting door mijn handen glijden. Zo niet perfect, zo mooi en waardevol. Een meisje komt naast me staan en vraagt waarom dit kettinkje zo waardevol is. Mijn collega vertelt dat kinderen best wat hebben meegekregen van de zoektocht. Ik vertel dit meisje kort de waarde van het kettinkje dat zit in het verhaal achter het niet perfecte hartje.

Dan komt de eerlijke vindster terug de klas in. Ik loop naar haar toe en bedank haar in woorden en met het zakje chocolaatjes. Ze wordt er een beetje ongemakkelijk van, maar vraagt ook naar het verhaal achter dit kettinkje. Iets uitgebreider vertel ik het verhaal. Dan bedank ik haar nogmaals.

Het kettinkje gaat weer om mijn nek. Met een soort angst controleer ik de sluiting heel erg goed. Ik bedank ook mijn collega en loop dan terug naar mijn rugtas. Eerst mijn jas weer aan en dan mijn rugtas op mijn rug. Met een heel ander gevoel loop ik terug naar mijn fiets. Zo blij!

Onverwacht en zo gehoopt

Het volgende lesje in de klas staat op het punt van beginnen. De kinderen komen aangelopen met hun pen en ik heb de schrijfschriften in mijn hand. In mijn ooghoek zie ik dat mijn telefoon afgaat. Iemand die met mij wil videobellen? Ik zie ook de naam van een collega. Meteen denk ik aan mijn kettinkje. Helaas is die nog steeds kwijt.


Vanochtend appte deze zelfde collega dat het niet gelukt was om mijn kettinkje te vinden. Ik had zo gehoopt dat ik mijn kettinkje op de studiedag op de andere locatie was verloren. Dat hij daar gewoon zou liggen. Dat het niet perfecte hartje misschien nog een beetje minder perfect zou zijn, maar wel terug bij mij zou komen.

Uiteraard had ik op de locatie al gezocht. De gehele route had ik ook al zeer nauwkeurig teruggefietst en thuis had ik alles al overhoop gehaald. Het kettinkje was er niet. Op social media forums had ik berichtjes geplaatst in de hoop een gelukkige vinder te treffen en ook deed ik een berichtje uit naar collega’s.

Gisteravond appte een collega dat hij de volgende dag zou gaan zoeken op de locatie. Hij wilde weten waar ik was geweest. Ik stuurde berichtjes terug dat ik het enorm waardeerde wat hij wilde doen. Helaas kreeg ik vanochtend dus dat appje dat hij niks gevonden had. Ik had het ook niet verwacht, maar wel zo gehoopt. De teleurstelling was groot.


Maar nu belt hij mij! Ik bedenk me geen moment en neem midden in de klas op. Het eerste wat ik zie is een kettinkje. Ik wil niet hopen maar alles in mij denkt dat dit is wat ik wil zien. De verbazing en de blijheid komen samen van mijn tenen tot mijn kruin en er ontglipt een vreugdekreet vol verbazing.

Dan zie ik mijn collega die mijn reactie goed genoeg vindt om te bevestigen dat dit is wat ik zocht. Mijn kettinkje! Ik ben zo blij! Er komt een meisje in beeld die niet goed weet wat ze heeft betekend door dit kettinkje te vinden en aan de meester te geven. Ik bedank haar en zie dat dit haar verlegen maakt. Ze heeft geen idee wat dit betekent voor mij.

Het kettinkje had ze gevonden onder een poef. Een poef waar ik gisteren zelf heb gekeken en waar mijn collega vanochtend ook had gezocht. Bizar! Kinderogen zien altijd meer… maar ik ben zo blij!

Dan ineens besef ik dat het om me heen stil is. Zesentwintig paar ogen staren naar me. Ik laat mijn collega deze verstilling zien. Als we opgehangen hebben besluit ik dit hele verhaal met de klas te delen. Dat lesje komt straks wel.

Vermist

Ik ben in alle staten. In mijn hoofd spookt de gedachte rond dat ik niet materialistisch ben en dat dit echt maar een kettinkje is. Maar de andere gedachten schreeuwen dat dit echt een ramp is. Dit mag niet. Ik kan dit kettinkje niet kwijt zijn. Kan gewoon niet. Ik was er zo blij mee. Was! Nee, geen was. Dat kettinkje moet terug!


Drie weken geleden kreeg ik dit kettinkje van mijn wederhelft. Als souvenir vanuit Lapland. Speciaal voor mij had hij een zilveren hartje uitgezocht. Maar het hartje was niet perfect. Mijn hart is ook niet meer perfect. De gedachtegang was zo lief. Van daaruit kreeg dit kettinkje waarde. Ik was er zo blij mee dat ik er toen een mooi momentje over schreef.

Dagelijks ging het kettinkje om. Ik deed hierdoor twee kettinkjes om en het stond perfect samen. Alsof ze ervoor gemaakt waren om samen gedragen te worden. Soms gingen ze even in de knoop, maar dat loste zich altijd weer op.

En toen was daar vanochtend. Ik zat op de studiedag in een lokaal met een aantal collega’s te praten over pedagogische waarden. Mijn hand ging als een soort automatisme langs mijn kettinkjes. Ik verstarde en voelde al het bloed naar mijn hoofd stijgen. Mijn wangen werden rood. Ik miste een kettinkje. Die met dat niet perfecte hartje hing niet meer om mijn nek. Ik voelde onder mijn trui en in mijn haar, maar geen kettinkje. Geen idee of collega’s het doorhadden, maar ik keek om me heen. Toen pakte ik mijn telefoon om mijn wederhelft een appje te sturen. Het kettinkje lag vast nog in zijn doosje in de kast. Waarschijnlijk was ik in alle hectiek van de ochtend vergeten om hem om te doen. Gewoon dommigheid en de onrust was dus vast niet nodig. Terwijl ik verder ging met het gesprek kreeg ik een foto van een leeg doosje. De paniek sloeg me opnieuw om het hart. Dat kettinkje…

Die studiedag zocht ik ongezien op de plekken waar ik was geweest. Nergens lag mijn kettinkje… Dus op de terugweg naar huis fietste ik mijn gehele route van die ochtend heel langzaam terug. Speurend op de grond en overal waar ik maar kon kijken. Helaas vond ik niks.


En nu zit ik thuis. Mijn wederhelft troost me met de woorden dat het maar materiaal is. Er zijn echt ergere dingen. Dat is ook zo en dat weet ik wel, maar het leek zo perfect passend. De waarde zit in de gedachtegang achter dit kettinkje. Ik hoop zo dat ik hem terug ga vinden!

Alleen

Alles in mij wordt geraakt en ik kom ook in een soort actiestand. Eigenlijk wil ik van alles zeggen, maar dat doe ik niet. Luisteren is ook een kwaliteit.

Samen met collega’s bel ik met een moeder. We bellen over haar dochter die haar vader plotseling is verloren. Die dochter zit bij ons op school. De situatie is ingewikkeld en uit alles wat moeder vertelt is die complexiteit voelbaar. De wensen vanuit haar dochter hebben alles te maken met ontkennen en het er niet over hebben. Ze wil dit alleen doen. Aan alles voel ik vooral dat ze zich alleen voelt.


Dat gevoel is zo enorm herkenbaar. Ik voelde me ook zo enorm alleen in de periode net na de geboorte en het overlijden van Mees. Ik hield anderen ook een beetje op afstand. Terwijl ik eigenlijk… het liefst die knuffel wilde hebben. Die tegenstrijdigheid van iedereen van me af duwen, maar eigenlijk het tegenovergestelde willen maakte het ingewikkeld.

Dat kwam vooral uit een gevoel van alleen zijn. Met wie kon ik praten? Wie kon zich herkennen in mij? Niemand. Er kwam misschien ook wel wat schaamte bij kijken. Maar toch wilde ik het liefst praten en knuffelen. Maar ja… ik denk dat ik ook wel mensen heb weggeduwd of precies niet de juiste indruk gaf van wat ik nodig had.

Dat gevoel van alleen zijn deed pijn. Alleen in huis, alleen op straat, alleen in mijn gedachten. Alleen. Niet wetende dat mensen me die liefde best wilden en konden geven… Hadden die mensen maar…

Later ben ik dat anders gaan doen, maar dat duurde best een poos.


Diep van binnen voel ik door de telefoon heen dat dit meisje hetzelfde aan het doen is als ik toen. Alle alarmbellen gaan af. Ik begin toch vragen te stellen en luister naar de antwoorden.

Als we hebben opgehangen vertel ik aan mijn collega’s hoe belangrijk het is dat mensen om dit meisje heen, wij dus, subtiel gaan laten weten dat we de liefde willen geven. Dat we er voor haar zijn. Dat dit meisje mag gaan voelen dat ze niet alleen is en dat ze dit mag accepteren. Subtiel. Actie, denk ik bij mezelf. We kunnen hier echt niets doen.